📋 Over dit rapport
WUR Rapport 3442 — Landelijke bronnenanalyse nutriënten regionale oppervlaktewaterlichamen Kaderrichtlijn Water, juni 2025. Auteurs: Wageningen Environmental Research (WENR).
Dit portaal visualiseert de resultaten van tabellen p.110–111 van dit rapport: de jaargemiddelde nutriëntenbelasting van 65 hydrologische eenheden over de periode 2017–2022. De 65 eenheden zijn samengesteld uit 738 toestroomgebieden.
De resultaten zijn berekend met de KRW-ECHO methodiek (Kroes et al., 2010), in samenwerking met alle 21 waterschappen. Waterbalansen en routingschema's zijn iteratief gevalideerd.
Beleidscontext
De landbouwbijdrage bepaalt de aanwijzing van Nutriënt Verontreinigde gebieden (NV-gebieden). NV-gebieden worden aangewezen waar de landbouwbijdrage >19% is. In 2024 zijn in NV-gebieden de gebruiksnormen met 5% verlaagd; per 2025 met 20%.
De vorige landelijke bronnenanalyse (Groenendijk et al., 2016) was gebaseerd op de periode 2010–2013 en vormde de basis voor de eerste aanwijzing van NV-gebieden.
⚙️ Methodologie KRW-ECHO
Uit- en afspoeling landbouw
Berekend met SWAP-ANIMO (onderdeel van het STONE-modelinstrumentarium). Rekeneenheden worden per toestroomgebied geselecteerd op basis van landgebruik, bodemtype, grondwatertrappen en kwel/wegzijging. ~75% van het oppervlak heeft een exacte match.
Bronnen van uit- en afspoeling (bodembronnen)
De totale uit- en afspoeling wordt opgesplitst naar oorzakelijke bronnen via een gevoeligheidsanalyse met elasticiteitscoëfficiënten (periode 2013–2022). Onderscheid:
- Actuele mestgiften (vanaf 2013)
- Historische mestgiften (vóór 2013)
- Atmosferische depositie, kwel, bodemleverantie, geïnfiltreerd oppervlaktewater
Overige bronnen
RWZI's: metingen uit Z-INFO (dagdebieten + concentraties). Overige punt- en diffuse bronnen: Emissieregistratie 2025. Inlaat rijkswater en toestroom buitenland: hydrologische informatie waterschappen + monitoringsdata.
Retentie
Berekend per brontype: vrij afwaterende gebieden: afvoerafhankelijk (max. 90%); polders: kleigebied ~11,8 gN/m²/winter, veengebied ~4,4 gN/m²/winter; RWZI's: max. 20%; inlaat/afwenteling: 20%.
🌿 Landbouwbijdrage & NV-gebieden
De landbouwbijdrage bepaalt welke gebieden als NV-gebied worden aangewezen. De berekening telt uitsluitend gebiedseigen bronnen:
| Bron | Telt mee? |
| Actuele + historische mestgiften | ✓ Ja |
| Erfafspoeling | ✓ Ja |
| Meemesten sloten | ✓ Ja |
| Overige bodembronnen (kwel, depositie, mineralisatie) | ✗ Nee |
| Natuur-gronden | ✗ Nee |
| Glastuinbouw | ✗ Nee (apart beleidsspoor) |
| RWZI's, industrie, depositie, riolen | ✗ Nee |
| Inlaat rijkswater, buitenland, afwenteling | ✗ Niet in noemer |
Formule: LB% = (bemesting + erfafspoeling + meemesten) / (totaal gebiedseigen excl. glastuinbouw, excl. externe bronnen) × 100
⚠️ Drempelwaarde NV-aanwijzing: >19% landbouwbijdrage. In de portaaltabel is de LB% per waterlichaam zichtbaar (groen/geel/rood).
📊 Nationale belasting stikstof (N)
Jaargemiddeld 2017–2022, toestroomgebieden regionale wateren (Tabel 3.1, WUR Rapport 3442)
| Bron | ton N | % |
| Actuele mestgiften | 17.598 | 23% |
| Historische mestgiften | 2.570 | 3% |
| Depositie (landbouwgrond) | 2.528 | 3% |
| Bodemleverantie | 6.884 | 9% |
| Kwel | 5.562 | 7% |
| Lokaal oppervlaktewater | 566 | 1% |
| Natuur-gronden | 4.915 | 6% |
| Erfafspoeling | 649 | 1% |
| Glastuinbouw | 460 | 1% |
| Meemesten sloten | 827 | 1% |
| RWZI's | 8.460 | 11% |
| Industrie | 1.028 | 1% |
| Depositie open water | 3.214 | 4% |
| Regenwater riolen | 2.190 | 3% |
| Overige diffuse bronnen | 688 | 1% |
| Inlaat rijkswater | 6.052 | 8% |
| Toestroom buitenland | 11.959 | 16% |
| Totaal | 76.149 | 100% |
📊 Nationale belasting fosfor (P)
Jaargemiddeld 2017–2022, toestroomgebieden regionale wateren (Tabel 3.2, WUR Rapport 3442)
| Bron | ton P | % |
| Actuele mestgiften | 1.104 | 19% |
| Historische mestgiften | 156 | 3% |
| Bodemleverantie | 886 | 15% |
| Kwel | 728 | 13% |
| Lokaal oppervlaktewater | 78 | 1% |
| Natuur-gronden | 475 | 8% |
| Erfafspoeling | 216 | 4% |
| Glastuinbouw | 55 | 1% |
| Meemesten sloten | 27 | 0% |
| RWZI's | 966 | 17% |
| Industrie | 54 | 1% |
| Regenwater riolen | 358 | 6% |
| Overige diffuse bronnen | 140 | 2% |
| Inlaat rijkswater | 191 | 3% |
| Toestroom buitenland | 348 | 6% |
| Totaal | 5.781 | 100% |
🔍 Belangrijkste bevindingen
Vergelijking met vorige bronnenanalyse (2010–2013)
- N landbouwbijdrage ruim 10% lager dan 2010–2013. In 18 van 26 waterschapgebieden (oude indeling) is de bijdrage nu >5% lager.
- P landbouwbijdrage gemiddeld ~5% hoger. In twee gebieden (Hollandse Delta, Zeeuws-Vlaanderen) zelfs ~25% hoger.
Oorzaken verschillen
- Droge periode: 2017–2022 bevat 4 van 6 jaren met hoog neerslagtekort (zomerhalfjaar gem. -154 mm vs. langjarig gem. -72 mm). In droge jaren is de uit- en afspoeling laag terwijl RWZI-belasting vrijwel constant blijft → lagere relatieve landbouwbijdrage.
- Lagere bemesting: Mestgiften 2013–2022 lager dan 2000–2009; aandeel bemesting in uitspoeling daalt van 63% naar 59% (N).
- Hogere schatting regenwater riolen: Herziene rekenmethode Emissieregistratie (2018) verhoogt dit aandeel t.o.v. vorige bronnenanalyse.
Studieperiode nader beschouwd
Gemiddeld neerslagoverschot 2017–2022: 195 mm/jaar (langjarig gemiddeld: 270 mm/jaar). Het jaar 2017 was met 358 mm neerslagoverschot het meest representatieve jaar in de periode.
Aandeel bemesting in uitspoeling
| Grondsoort | N nieuw | N oud | P nieuw | P oud |
| Zand (gem.) | 74% | 73% | 59% | 58% |
| Löss | 41% | 47% | 28% | 34% |
| Klei | 50% | 57% | 39% | 38% |
| Veen | 27% | 38% | 52% | 49% |
| Gemiddeld | 59% | 63% | 47% | 47% |
⚠️ Onzekerheden & beperkingen
Uit- en afspoeling (algemeen)
Landelijk ingeschat op ±25–50% (Renaud et al., 2015). Effect op landbouwbijdrage bij ±25% variatie: gemiddeld <4% op niveau 65 gebieden.
Bodembronverdeling
De verdeling van bemesting vs. achtergrondbelasting is de grootste onzekerheidsbron. In ~⅓ van de 738 toestroomgebieden kan de landbouwbijdrage N met >20% afwijken, P >25%.
Bloembollenpercelen Noord- en Zuid-Holland
⚠️ SWAP-ANIMO onderschat P-uitspoeling bloembollen. Gemeten: ~6,0 mgP/l; berekend: ~0,8 mgP/l. In percelen met geconcentreerde teelt (bijv. AnnaPaulownapolder) kan de werkelijke landbouwbijdrage P tot ~30% hoger liggen.
Directe kwel en wellen
Niet opgenomen in Emissieregistratie. Heeft grote invloed in diepe polders van Zuiderzeeland (gem. 10% lagere landbouwbijdrage), en in specifieke polders van AGV (4–25% lagere LB%). Nauwelijks effect in Rijnland.
Aanbevelingen rapport
- Drainagemonitoring bloembollenpercelen uitbreiden
- Directe kwel en wellen opnemen in toekomstige analyses
- Temporele verdeling ER-bronnen (regenwater, erfafspoeling) verbeteren
- Monitoring debieten grensoverschrijdende wateren versterken
De landbouwbijdrage is voldoende robuust op het niveau van 65 hydrologische eenheden. Op niveau van afzonderlijke toestroomgebieden (738) zijn onzekerheidsmarges groot.